S  T  O  N  E  A  G  E  I  M  A  G  E  S

S T O N E A G E I M A G E S

BOULEZ , RÉPONSE, MICHELIN & ADAMS

MUZIEKPosted by stoneageimages Sat, January 30, 2016 13:23:28

Wat mij betreft zou een definitie van muziek kunnen zijn: ‘Geluid wat bewust door mensen wordt gemaakt om zichzelf of anderen te plezieren’. Laat ik het voor het gemak ‘mijn’ muziekbeginsel noemen (ik zal vast niet de eerste zijn die dit verzint). De structuren en parameters die voor het maken van muziek worden gebruikt zijn, in grote lijnen, tijd, volume, melodie, ritme en harmonie. Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar deze facetten en andere aspecten die een rol spelen bij het maken en ervaren van muziek. Denk daarbij aan historische, geografische, sociale en aangeboren factoren. Interessante materie. Harmonie bijvoorbeeld (akkoordprogressie en samenhang) wordt in sommige delen van de wereld anders toegepast en ervaren als in het westen. Muziekwetenschap is een interessant maar bijzonder gecompliceerd onderwerp en voor mij veel te moeilijke materie. Ik kom er desondanks straks toch nog even op terug. Maar dat eerste zinnetje van deze alinea, daar gaat het mij om.

Ik heb inmiddels, naar aanleiding van een tip van een vriend, uitgebreid geluisterd naar ‘Répons’ van Pierre Boulez, één van zijn meesterwerken. Een en ander natuurlijk aangewakkerd door het overlijden van Boulez en mijn onbekendheid met zijn composities. Ik vond het, vanwege alles wat ik over deze zeer interessante man las, de moeite waard om mij te verdiepen in ten minste één van zijn werken. Dat werd dus ‘Répons’.
Ik durf te stellen dat ik wel wat gewend ben op het gebied van allerlei muzikale stijlen. Ook van eigentijdse componisten die de traditionele wegen van componeren hebben losgelaten, zoals Erkki Sven Tüür, Arvo Pärt, Alfred Schnittke en nog wat van dat soort snaken. Maar Répons is toch van een andere orde. Boulez was een briljant wiskundige en zo blijkt zijn muziek, Répons althans, volledig te zijn opgebouwd en geconstrueerd. Mathematisch en theoretisch. Na meerdere malen het werk te hebben beluisterd vind ik dat de term ‘mooi’ voor mij net zo ver verwijderd is van Répons als Voyager I van de aarde (± 20 miljard km, as we speak). Dus, kort en goed, Répons voldoet niet aan mijn muziekbeginsel als ik het zo mag zeggen. Maar daar is de kous niet helemaal mee af. Répons vind ik wel een interessante en soms spannende ‘luisterhappening’. Het centrale concept van actie en reactie loopt als een rode draad door het werk heen en is goed herkenbaar. Toen ik zocht naar een filmpje op Youtube om dit artikel mee te illustreren, kwam ik een zeer recente uitvoering tegen. Ik kan niet anders zeggen dat ik zeer geboeid heb zitten kijken en luisteren. Qua cameravoering en productie vind ik dit ronduit 'cutting edge', maar het raakt bij mij werkelijk nergens een snaar.

Tijdens het Holland Festival van vorig jaar is Répons uitgevoerd in de Westergasfabriek. De context, structuur en achtergrond van het werk wordt op hun website uitvoerig en uitstekend behandeld. Voor de geïnteresseerden: http://tinyurl.com/hprlcon

Ik heb wel lang nagedacht voordat ik deze blog schreef. Moderne eigentijdse ‘klassieke’ muziek is een lastig onderwerp. Zeker om daar iets sluitends, iets concluderends over te formuleren. Niet dat dat moet, maar ja, ik ben er nu eenmaal aan begonnen. Een verwijzing naar mijn eerste beginsel is misschien wel erg gemakkelijk zou men kunnen zeggen. Maar, hoe dan ook, daar gaat het uiteindelijk toch wél om, laten we elkaar niet voor de gek houden. We maken of luisteren muziek voor ons plezier en niet om elkaar te pesten. Maar het iedereen naar de zin maken gaat gewoon niet. Wat voor de een aangenaam is, kan een ander als hinderlijk ervaren. Alles is relatief dus ook mijn muziekbeginsel.

Maar, er bestaat ook nog zoiets als een leercurve. Bepaalde muziek kun je leren waarderen, net als het leren drinken en waarderen van wijn. Sommige muziek gaat er bij volksstammen in als Gods woord in een ouderling, maar bij andere muzikale uitingen moet je ‘werken’. Dat klinkt nogal serieus, maar dat valt reuze mee. Het werken zit hem namelijk vooral in veel en vaak luisteren. Bepaalde gecompliceerde patronen in muziek zullen zich in de loop der tijd openbaren en zal de muzikale horizon vergroten. Of niet, dat is natuurlijk per individu verschillend en of men er wel de tijd en concentratie voor op wil brengen. Ik wist zeker dat ‘Bitches Brew’ iets bijzonders was en ik pijnigde mij wekenlang met de hectische kakofonie waar ik geen kaas van kon maken. Tot dat het kwartje viel. Ik ervoer het als een regelrechte openbaring! Ik denk dat het bij veel andere en wat minder toegankelijke muziek, niet anders is. Echter, de ‘sky is the limit’ en als we ons eenmaal begeven op het gebied van serialisme, atonaliteit en allerlei andere mathematische vormen van muziek kunnen de patronen zo gecompliceerd en ingewikkeld zijn dat zelfs de grijze massa’s van geoefende luisteraars niet in staat zijn deze patronen te herkennen. Répons zou daar best eens goed bij kunnen horen. Ik denk dat mijn brein tekort schiet, laten we het daar op houden.

Moderne en eigentijdse composities. Tsja, de analogie met de restaurantsector dringt zich bij mij op. Ik heb het ‘genoegen’ gehad een paar jaar geleden vier keer met kleine tussenposen bij verschillende Michelin sterrenrestaurants te mogen eten. Wat ik er van vond? Onthutsend eigenlijk. Het duurde iedere keer veel te lang en ik ging met honger (‘trek’ zeiden onze moeders dan) weer naar huis. Veel gangen op onhandig grote borden met een eetbaar bouwwerkje in het midden. De knutselconstructies schitterden mij uit een zee van wit porselein tegemoet. De eerste keer keek ik echt ontredderd om mij heen en dacht: "Als ik dit op mijn normale manier eet, dan ben ik binnen een minuut klaar met deze gang". Maar ik keek de kunst af en deed braaf mee met de sterrenvertoning. Hééél klein hapje nemen en dan veelbetekenend om je heen knikken dat dit gerecht toch wel heel bijzonder is. Mond afvegen met het chique servet van linnen damast. Slokje wijn nemen uit zo’n belachelijk groot glas. Niet zo maar, neeeeeee. Eerst kijken naar de kleur, zachtjes los schudden, beetje ruiken, slokje nemen, door de mond halen en dan pas doorslikken. Praatje maken en gereed maken voor de volgende muizenhap. Allemachtig. In drie van de vier keren waren we pas na middernacht toe aan het bestellen van een dessert. In vier van de vier keren had ik zin om op weg naar huis te stoppen bij de ‘Golden Arches’. Begrijpt u mijn ‘pointe’ en de overeenkomst? Dit is geen manier om mij een fijne avond te bezorgen, maar om mij te irriteren. De eetcultuur als hiervoor beschreven bevredigt misschien de creatieve artiest in de keuken en culinaire (would be?) kenners, maar niet het publiek wat gewoon lekker en ontspannen wil eten.

'L'art pour l'art' noemde Immanuel Kant dit. 'Kunst om de kunst'. Een opvatting waarbij de enige maatstaf is dat de uiting van kunst intrinsiek is en niet functioneel en wordt beoordeeld op grond van, bijvoorbeeld, technische aspecten. Ik ben overtuigd dat dit voor eten en muziek niet mag en kan opgaan. Dat is een dwaling. Enige nuance is dat het eten 'an sich' in de etablissementen waar ik ben geweest goed was binnen te houden, haha.
Terug naar de muziek. Ik kwam een aardig artikel tegen op internet uit ‘The Guardian’, niet het lulligste pamfletje uit het Britse koninkrijk. Ik onderschrijf niet alles, maar ik denk dat de auteur, de New Yorker Joe Queenan, in essentie de spijker wel behoorlijk op de kop slaat, Hij schrijft onder andere dat hij op zijn 18e, heel stoer, ‘Kontrapunkte’ van Stockhausen en ‘Threnodi’ van Penderecki aanschafte: “I did not really like these pieces, but I would put them on the turntable every few months to see if the bizarre might one day morph into the familiar. I've been doing that for 40 years now, and both compositions continue to sound harsh, unpleasant, gloomy, post-nuclear.” Ik heb een identieke ervaring met Stockhausen. Na bijna vier decennia vind ik het nog steeds werkelijk niet om aan te horen. Het artikel: http://tinyurl.com/zyh43ph

Ik denk dat ik Boulez als componist maar laat voor wat het is. Ik luister sowieso niet veel naar eigentijdse componisten. Ik moet er echt in een bepaalde stemming voor zijn, anders gaat het er bij mij ook niet in. De enige modernist, minimalist en nep-romanticus (volgens sommigen) waar ik regelmatig met meer dan veel plezier naar luister is John Adams. Het is misschien een vergelijking die nergens op lijkt te slaan, maar dat is niet zo. Ik denk dat eigentijdse componisten het imago hebben dat zij moeilijk en ontoegankelijk werk maken of hebben gemaakt. Zie het artikel in The Guardian. John Adams bewijst dat die werkelijkheid ook anders kan zijn. Luister naar het eerste deel van ‘Dharma at Big Sur’ met het BBC Symphony Orchestra, John Adams als dirigent en Tracy Silverman op een 6-snarige elektrische viool.

Kijk, dit vind ik nou ontzettend mooi. Het kan dus wel. Maar misschien denkt u er weer anders over, en dat mag :-)