S  T  O  N  E  A  G  E  I  M  A  G  E  S

S T O N E A G E I M A G E S

NUMMER 53 EN 54

AUTO'SPosted by stoneageimages Wed, March 18, 2015 22:29:05

Het begint een beetje absurd te worden. Ik weet het. Het lijkt ook allemaal erg snoeverig, kijk ons eens met wéér een nieuwe auto. Sterker, deze keer gaat het om twee nieuwe auto’s. Maar we hebben gelukkig wel steekhoudende verhalen om deze ridiculiteit te legitimeren. We zijn niet gek geworden dus.

Zoals de lezer weet heb ik het toch weer geflikt om op mijn 57e van baan te wisselen. Zonder geluk vaart niemand wel tenslotte. Een voordeel van mijn soort werk is dat er altijd een leaseauto bij hoort om klanten te bezoeken. Ik rijd dolgraag, vind het heerlijk om naar ‘buiten’ te gaan en auto’s hebben mijn meer dan warme interesse. Zover geen nieuws. Bij het wisselen van baan krijg je dan meestal een leaseauto die een voorganger had achtergelaten. In mijn geval was dat een Polo. Ik schreef er elders over. Maar mijn hart ging toch echt uit naar een Clio. Ook dat is wel bekend bij mijn lezers.

Ik ben van huis uit geen liefhebber van een stationcar. Ik vind het vaak de besteluitvoering van de sedan en dat is meestal geen verbetering. Nou is dat ook wel een cultureel gegeven, want in Nederland vindt men dat precies andersom. Die opvatting is in de jaren gekomen omdat men aan een modellering gewend raakt. Vergelijk het met de seventies. We dachten echt dat we er kek bij liepen, toch? Als je de foto's nu terug ziet leken we wel een stel ontsnapte mongolen!

Cultureel dingetje dus of collectief bewustzijn, sociologen zullen er wel een naam voor hebben. Ik denk dat 'modisch' de juiste term is, of 'trending' zoals men nu zegt. Op zuiver technisch-esthetische gronden is de stationcar dus zelden mooier dan het origineel waar het van afstamt. De sedan is door de designers als moedermodel ontworpen en dat zie je aan de verhoudingen, symmetrie, enzovoort. De stationcar is het model van de marketeers als u begrijpt wat ik bedoel. Niet zelden gewoon een extra bak van staal en glas en vaak uit verhouding. In de USA is de stationcar 'uit' en wordt nauwelijks nog verkocht. Een vette SUV, een loeier van een pick-up of een mooie elegante sedan zijn 'trending'. Opmerkelijk, juist in het land waar de stationcar min of meer het symbool was van ‘The American Dream’.

Ik heb dus niet zo veel stationcars gereden. Een jaar of tien geleden reed ik twee Peugeot’s 307 SW heel kort na elkaar. De eerste had een 'Marco Bakker' cruise control. Levensgevaarlijk, dat ding ging er echt vanzelf vandoor! Mijn eerste station was een Ford Taunus, echt een geweldige bak. Een flinke lel en de Duitse versie van de Amerikaanse slee, compleet met automaat! Wat ik bedoel met een extra bak staal en glas is op onderstaande foto overduidelijk. Het was wel één van de leukste auto’s die ik heb gehad, dat dan weer wel…

Maar er zijn beslist hele elegante en smaakvolle stationcars gebouwd. Ik vind de Volvo V60 mooi, de nieuwe Seat Leon station en zo zijn er nog wel een paar. Hoe het niet moet? Google maar eens op de Mercedes CLA Shooting Brake; werkelijk een gedrocht! Maar u raadt wellicht al een beetje waar ik naar toe wil. Inderdaad, de Renault Clio Estate is nummer 53 geworden van ons wagenpark. Ik moet toegeven dat ik er even aan moest wennen, maar inmiddels ben ik om. Sterker, en profil vind ik het ‘by far’ de best gestileerde stationcar van het moment. De manier waarmee het donkere glas in een golf rondom loopt en de raamstijlen optisch wegvallen is briljant.

Het is gewoon een juweel van een auto en ik ben er helemaal heppie de peppie mee. Groot genoeg om als nette zakelijke auto te rijden, krachtig genoeg voor flinke afstanden en, natuurlijk, een bijtelling van 14%. Ik rijd goedkoper dan menigeen zijn of haar scooter!

Ik schrijf ooit nog wel een uitgebreide review op de website van Autoweek. Noblesse Oblige. Ik volsta hier met te zeggen dat het wel een hele andere auto is dan het zwarte heethoofdige Cliootje die ik eerder reed. Dat was een gooi- en smijt auto en echte berggeit. Deze diesel is stiller, comfortabeler, ruimer en vooral heel veel krachtiger op de snelweg. Dankzij zijn hogere koppel rijdt deze Clio relaxed en voelt het als een maat grotere auto. Het scheelt ook wel: de Estate is langer dan een Golf en komt aardig in de buurt van een Astra of V40. Wie had dat ooit kunnen denken van een ‘Cliootje’? Geen lullig autootje meer.

Nummer 54 is een verhaal apart. J.’s auto dus. J. rijdt altijd in een ‘koetsje’. Zo noemen we haar auto’s want het zijn tenslotte prinsesjes die zich in koetsjes verplaatsten niet waar? Walg, walg, haha. Maar dat is de halve waarheid. Na diverse Suzuki’s en Corsa’s én een versleten, respectievelijk vervangen heup kon er nog maar één type auto functioneel zijn met de vers geplaatste heup. De Opel Agila. Als je goed kijkt naar het eerste model Agila en je denkt er een span paardjes voor dan is de associatie met een koetsje snel gemaakt. Vandaar. J. heeft er drie gereden. Eigenlijk twee, want de middelste was een Suzuki Wagon R+, identiek aan de Agila. Eigenlijk andersom, maar dat voor de kenners.

De eerste Opel Agila was een mooie metallic blauwe (http://tinyurl.com/lagea5a) die we aanschaften op de inruil van een hele fraaie Corsa. Best wel jammer, maar de Corsa werd voor J. een probleem om in- en uit te stappen.

De bijnaam ‘Koetsje’ was snel geboren en J. raakte helemaal verknocht aan haar wagentje. Ruim, best vlot en natuurlijk super praktisch. Ik verloor na enige tijd mijn baan en we besloten de Agila in te ruilen voor een Fiat Punto die iets geschikter was als gezinsauto. Prachtige auto maar toen er snel toch weer een leaseauto voor de deur stond werd dat toch een beetje te prijzig allemaal. We konden de Punto binnen de familie verkopen. De afschrijving viel relatief mee maar was absoluut gezien toch wel aanzienlijk. De Punto hadden we veel te impulsief gekocht. Tsja, zo doen we allemaal wel eens iets wat niet zo slim is... We vonden voor Ju een Suzuki Wagon R+. Helaas vond die na een jaar zijn Waterloo tegen de achterkant van een Jaguar X-Type. Die geven niet mee en de Wagon was financieel total loss. Afgezien van de schade aan plaatwerk en radiator was de airbag uitgeklapt en het vervangen ervan overschreed de waarde van de auto...

We moesten weer gaan zoeken naar een ander koetsje. De bodem van de portemonnee was al lang in zicht. Maar... op internet vonden we een relatief spotgoedkope Agila in Zeeland. Knal oranje! J. was gelijk smoorverliefd op het karretje. We besloten hem te kopen want hij zag er ook nog eens uit als nieuw. J. heeft er met heel veel plezier twee jaar in gereden zonder enig probleem. Het had ook iets eigens zo’n wagentje en paste echt bij haar. Er reed er nog een in de stad en J. en de andere berijder zwaaiden naar elkaar als hun wegen zich kruisten.

Ja, anoniem ergens naar toe was er niet bij, haha. Maar afgelopen februari was het APK tijd. Het oranje koetsje, nog steeds om door een ringetje te halen, bleek serieuze motorschade te hebben en reparatie bleek niet realistisch. We moesten afscheid nemen van haar superautootje. De tranen stonden in J.’s ogen. Ach, het was zo’n leuke eigenwijs karretje en, bovendien, als er één kleur bij een koetsje in Nederland past, afgezien van goud, dan is het wel oranje. Maar, geluk bij een ongeluk, de dealer deed ons een ‘offer we couldn’t refuse’. Dus staat er sinds afgelopen zaterdag een nagelnieuwe Opel Agila 1.0 Berlin Blitz op onze oprit. Metallic zwart, lichtmetaal, privacy glas, airco, enzovoort. J, is weer helemaal blij en super trots! Een goeie foto van haar nieuwe auto zal ik hier later nog plaatsen.

De Agila wordt gemaakt in Hongarije en de laatste exemplaren lopen deze maand van de band. In de zomer gaat de Opel Karl het stokje overnemen en die zal in Zuid Korea worden geproduceerd, samen met een zustermodel van Chevrolet. Wat een rotnaam trouwens, 'Karl'. Het is de naam van de eerste zoon van Adam Opel, de oprichter van het bedrijf. Het is niet te hopen dat Adam nog een zoon had die Adolf heette... De Karl is de nieuwe Opel mini maar met een 10 centimeter lagere instap dan de Agila en ik denk dat er heel veel mensen, vooral ouderen, dit zeer spijtig gaan vinden. Er is echt behoefte aan dit type auto. Kijk maar eens rond. De Agila’s en Wagon's R+, sommige zijn echt stokoud, bevolken onze straten nog volop. De laatste Opel Agila zoals wij die nu hebben is echt een hele fijne auto. Zeer solide gebouwd, stil, mooi uitgerust, grote stoelen en achterin ruimer dan mijn Clio Estate! Ik denk dat we met dit prachtkarretje een uitstekende keuze hebben gemaakt.

In de periode waarin we moesten wachten op de levering van de Agila, ruim een maand, mocht J. gratis rijden in de nieuwe Opel Corsa 1.0 met een driecilinder benzinemotor. Ik heb er uiteraard ook mee gereden en, geloof mij, een waanzinnig goeie en erg mooie auto. Een mini Insignia. Ongeloofwaardig stil, snel en ook minstens zo goed en solide gebouwd als welk V.A.G. product dan ook. Een hele goede service van de dealer en hulde aan het Motorhuis in Gouda!

O ja, bij mijn zoektocht naar een eventuele andere auto voor 14% bijtelling heb ik ook nog de nieuwe Polo Bluemotion TDI getest. Echt stukken beter dan de oude. Dankzij een hoger koppel is deze Polo relaxter om te rijden en bovendien veel stiller. Het dashboard is van de Golf overgenomen en alles is verder zo degelijk als het maar zijn kan. Typisch VW. Onwijs goed en op de een of andere manier ook onwijs saai. De Polo kan qua flair en design niet in de schaduw staan van de Renault Clio.

Zo, ik denk dat er wat ons eigen wagenpark betreft weinig meer te melden is. Wij zijn weer helemaal happy en ik verwacht en hoop dat het voorlopig zo blijft. Best leuk al dat gewissel maar het genereert ook wel een hoop gedoe en gestress. Wij realiseren ons heel goed dat volksstammen graag dit gedoe en gestress met ons zouden willen ruilen hoor! Hoe dan ook, auto's zijn, voor ons, het ultieme symbool en middel van persoonlijke vrijheid, maar het gaat allemaal wel over serieus geld en dat groeit nog immer niet aan een boom in onze tuin. Maar zo ideaal als nu was het nog niet eerder, met twee fonkelnieuwe auto's voor de deur! Knock on wood...